Vestingmuseum 1955 – 2025
Op woensdag 2 juli 2025 vieren wij de zeventigste verjaardag van het Nederlands Vestingmuseum! Zeventig jaar is een respectabele leeftijd, en er zullen niet veel mensen meer in leven zijn die van het begin af aan getuige zijn geweest van de geboorte, de jeugd en het bereiken van de volwassenheid van het in Naarden-Vesting niet meer weg te denken museum. Daarom leek het ons goed om deze historie nog eens beknopt de revue te laten passeren.
Toen in 1926 een einde kwam aan de rol als vestingwerk van de stad Naarden, leek – eindelijk – de weg vrij te worden gemaakt voor stadsvernieuwing en stadsuitbreiding. De stad was eeuwenlang ‘opgesloten’ geweest binnen de wallen en had zich, in tegenstelling tot haar buurgemeenten, nooit kunnen uitbreiden of moderniseren. Er ontstonden al snel plannen om delen van de vestingwerken af te breken, maar die werden doorkruist door het besluit van het Ministerie van Oorlog om de vestingwerken niet over te dragen aan de gemeente Naarden. Bovendien werd in 1932 de Stichting Menno van Coehoorn opgericht, die zich meteen ging richten op het behoud van vestingbouwkundig erfgoed.
De vestingwerken bleven hierdoor behouden, maar door het wegvallen van een actieve rol was er geen noodzaak meer om ze te onderhouden, en ze raakten dan ook steeds verder in verval.
In 1953 werd de Stichting Vrienden van de Vesting Naarden opgericht, die de ‘Dienst der Domeinen’ zo ver wist te krijgen de kazematten A en Z en de tussenliggende lage flank op het bastion Turfpoort tegen een symbolische huur van één gulden in bruikleen te geven. E.D. (Ebbo) van Wijngaarden was daarbij een van de drijvende krachten achter de oprichting van het Historisch Vestingmuseum, dat op 2 juli 1955 kon worden geopend. Zonder veel ceremonieel, heel praktisch, bijna provisorisch, zoaIs alles toen ging. In die eerste jaren moest het bescheiden museum bijvoorbeeld nog van oktober tot en met april worden gesloten om de kazematten te witten, de geëxposeerde wapens te ontroesten en beschimmelde uniformen te drogen en weer toonbaar te maken voor de jaarlijkse heropening. Bestuursleden bewaarden de museumstukken in deze winterperiode bij hen thuis op zolder. Toch kon ook in deze eerste jaren de collectie gestaag worden uitgebreid, in 1958 bijvoorbeeld met voorwerpen en documenten uit de nalatenschap van Luitenant Generaal C.R.T. Krayenhoff. Ook kanonlopen, onder andere exemplaren die jarenlang dienst hadden gedaan als meerpalen langs het Noordhollands Kanaal, werden verworven en met de hulp van het Korps Mobiele Kolonnes getransporteerd en op de daarvoor gebouwde affuiten geplaatst.
In 1966 werden de mortierkazemat IJ en de kanonremise X aan het museum toegevoegd, en het afbreken van de Kippenbrug en het overpad naar deze brug maakte het mogelijk het gehele bastion Turfpoort (met uitzondering nog van kazematten V en W, waarin wijnkelders gevestigd waren) tot museumdomein in te richten. Op 7 mei 1969 opende Z.K.H. Prins Bernhard deze uitbreiding, onder overweldigende belangstelling, door het afvuren van een kanon.
Het museumbezoek nam toe, personeel werd uitgebreid, ook de collectie groeide gestaag.
In 1976 bezocht H.M. Koningin Beatrix het museum.
Niet zo maar één keertje maar vrijwel dagelijks in het museum te vinden, vaker en langer dan welke andere medewerker ook, is Willem Ehlert – en dat al sinds 1983. Binnen gekomen als hovenier ontpopte hij zich als allround technische man, maar bovenal heeft hij zich ontwikkeld tot een expert op het gebied van kanonnen en affuiten. Dit jaar gaat hij met pensioen, gelukkig zonder ons helemaal te gaan verlaten, want voor twaalf uren in de week blijft hij nog verbonden aan het museum. Gelukkig ook voor de geiten, die hem evenmin zouden kunnen missen.
Sinds 2005 is er namelijk ook een groepje dierlijke werknemers in permanente dienst gekomen van het Vestingmuseum. Het maaien van het vele gras op het bastion, waar voorheen de Rijksgebouwendienst verantwoordelijk voor was, werd in die jaren door de overheid wegbezuinigd en kwam daardoor in het takenpakket van de technische dienst van het museum terecht. Het maaien met de hand of met een motormaaimachine zou te bewerkelijk worden en bovendien, met alle steile hellingen overal op het bastion, veel te gevaarlijk.
Navraag en onderzoek wezen uit dat de meest geschikte kandidaten voor de vacature niet gezocht zouden moeten worden onder de Drentse Heideschapen – dit zijn immers vlaktedieren – maar bij de Nederlandse Landgeiten. Op 1 juli 2005, nu dus al twintig jaar geleden, werden Camilla van de Kamerhop en haar twee dochters Effie en Edda aangesteld als de officiële begrazers van het Nederlands Vestingmuseum.
Sindsdien is de ploeg aangevuld en de laatste jaren schommelt deze rond het voor deze oppervlakte grasbegroeiing ideale aantal van negen geiten. Eén keer, in de winter van 2012, is er ook een geit geboren op het museumterrein: in de werkplaats naast de werktafel van Willem, vanwege de vrieskou.
Zoals zo vele musea heeft ook het Vestingmuseum erg te lijden gehad onder de COVID-pandemie van 2020-2022, en is het bezoekersaantal nog steeds niet op het peil van daarvóór teruggekeerd. Extra complicatie is dat sinds enige jaren toeristenbussen niet meer in de vesting mogen komen, wat erg veel museumbezoekers scheelt.
Een andere moeilijkheid is dat de jaarsubsidie van de gemeente Gooise Meren sinds 2004 niet meer is geïndexeerd. Het budget van het museum is dus al jaren aan het krimpen, voor zover dat niet met hogere inkomsten van ticketverkoop en andere inkomsten zoals horeca en souvenirs wordt gecompenseerd.
In 2021 werd de vesting Naarden, als onderdeel van de Hollandse Waterlinies, toegevoegd aan de UNESCO Werelderfgoedlijst. Dit onderstreepte het historische belang van de locatie.
Tijdens het winterseizoen van 2021-2022 onderging het museum een grondige herinrichting. De ondergrondse kazematten werden voorzien van videoprojecties op de historische gewelven, ondersteund met audiofragmenten in het Nederlands en Engels. Daarnaast kregen topstukken uit de 450-jarige geschiedenis van Naarden-Vesting een prominente plaats in de vernieuwde tentoonstelling.
Bescheiden begonnen zeventig jaar geleden heeft het museum zich allengs uitgebreid over het hele bastion Turfpoort, en is een geoliede organisatie geworden met een directeur, een bedrijfsleider, een hoofd technische dienst, zes dagcoördinatoren en 60 vrijwilligers die werken in het Team Publiek, de technische dienst en onderhoud, als schippers, gidsen, kanonniers en een vrijwillig bestuur.
Na al zeventig jaar de historie van de vestingstad Naarden te hebben uitgedragen kunnen we concluderen dat het Nederlands Vestingmuseum, als ‘krasse knar’, bloeit als nooit tevoren, maar tegelijkertijd wel degelijk voor zijn voortbestaan moet knokken. Laten we hopen dat de jarige nog vele jaren in ons midden mag zijn zodat we ons kunnen laven aan alle verhalen en wijze lessen die de oude heer ons nog steeds weet te schenken.
Hartelijk gefeliciteerd!
De geschiedenis van het Nederlands Vestingmuseum, samengesteld door Paul Bogaers en August Habets