jun
16
zo
Fototentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’
jun 16 @ 09:00 – 17:00

Vêrlander, weeskinderen van de VOC

Tussen 1602 en 1796 was de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) oppermachtig in de lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In twee eeuwen stuurde de VOC bijna 5.000 schepen naar Azië. Van Afrika tot Oost- Azië ontstonden overal Nederlandse forten en factorijen en de VOC ging de geschiedenis in als de eerste multinational ter wereld. Minder bekend is dat soldaten en zeelieden van de VOC in den verre ook kinderen kregen met inheemse vrouwen. Als de vaders weer het ruime sop kozen, lieten ze hun kinderen verweesd achter. Deze nazaten van de VOC zijn trots op hun gemengde identiteit, maar worden hierdoor  in eigen land gediscrimineerd en gezien als allochtonen.

Aan deze vergeten weeskinderen van de VOC werd een bijzonder project gewijd. Geert Snoeijer (fotograaf) ging samen met Nonja Peters (antropologe), Bart de Graaf (historicus) en Aone van Engelenhoven (taalwetenschapper) naar Afrika, Indonesië en West-Australië. Zij onderzochten wat er na vier eeuwen nog over is van de contacten tussen de VOC en de inheemse bevolking.  Wat is de invloed van het gedeeld Nederlands DNA op het leven van de nazaten van de VOC? In samenwerking met het Westfries Museum in Hoorn werd de indrukwekkende tentoonstelling ‘Vêrlander’ gemaakt, die in 2017 gelijktijdig te zien was op vier continenten.  Van 25 mei tot 29 september 2019 is ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ te zien in Het Nederlands Vestingmuseum.

Vêrlander: die ‘ware mensen’

Vêrlander is Afrikaans voor ‘mensen uit een ver land’. Volgens Barend Vilander, een bejaarde man uit Rietfontein en één van de geportretteerden in de tentoonstelling, is vêrlander ook de oorsprong van zijn familienaam. Het accent van de tentoonstelling ligt op 30 portretten van fotograaf Geert Snoeijer, die de ‘ware mensen’ – zoals bruine Afrikanen tussen blank en zwart in ook wel genoemd worden – in beeld brengt. Deze ‘ware mensen’ zijn nakomelingen van VOC’ers en noemen zichzelf vol trots ‘Basters’ (Bastaards) of ‘Donkere Hollanders’.

Mestiezen van Kisar

Om aanvallen vanuit het Portugees Oost-Timor af te slaan werden in 1665 VOC-militairen gelegerd op het eiland Kisar (Indonesië). Militairen die in de loop van de 18e eeuw dienden op de forten Vollenhoven en Delftshaven, verwekten kinderen bij Kisarese vrouwen. Hun nakomelingen worden ‘de Mestiezen van Kisar’ genoemd. De term ‘mesties’ geldt in het algemeen als denigrerend. De families op Kisar, die achternamen hebben als Joostensz. Wouthuysen,Coenradi of  Belder,  dragen de naam Mesties echter met trots.

Aboriginals met VOC-DNA

Dat het VOC-schip ‘de Eendracht’ onder bevel van Dirk Hartog in 1616 landde op de westkust van Australië was eigenlijk per ongeluk.  Als eerste Europeanen zetten zij voet op dit continent door een gewijzigde vaarinstructie: na het ronden van Kaap de Goede Hoop moesten de schippers duizend mijl oostwaarts koersen om daarna noordwaarts af te draaien naar de specerijeilanden. Door te ver door te varen naar het oosten en de sterke stroming, belandden Dirk Hartog en zijn bemanning in Australië.  Zij waren niet de enigen die deze fout maakten; in twee eeuwen tijd liepen meerdere VOC-schepen op de klippen, waarbij naar schatting 200 drenkelingen de kust bereikten.

Verschillende van deze zeelieden verwekten kinderen bij Aboriginalvrouwen. Vanaf 1890 werden halfbloed Aboriginalkinderen, met blond haar, blauwe ogen of andere Europese kenmerken, weggehaald bij hun ouders en ondergebracht in tehuizen en bij blanke pleegouders. Zo vervreemdden deze kinderen van hun voorouderlijke cultuur.

Onderzoekers hebben een erfelijke aandoening gevonden die een verband legt tussen de VOC-bemanningen en deze halfbloed Aboriginals: het Ellis van Creveld-syndroom. Een van de verschijnselen van dit syndroom is een vinger of teen te veel. Dit komt vaak voor bij de Mennonietengemeenschappen, waaruit de VOC hun bemanningen rekruteerden. De halfbloed Aboriginals worden door autochtone Aboriginals niet voor vol aangezien.

De tentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ bevat naast 30 portretfoto’s, ook audio- en videofragmenten met verhalen en interviews met de geportretteerden.

Rondleiding op zondag
jun 16 @ 13:00

Elke zondag organiseert het Nederlands Vestingmuseum om 13:00 uur een gratis rondleiding voor bezoekers (op vertoon van een geldig entreekaartje). Een gids neemt je mee over het bastion en vertelt je over de bijzondere vorm en functies van de vestingwerken. Ook laat de gids een kazemat zien; een gemetselde met aarde bedekte bomvrije ruimte, voorzien van verschillende kanonkelders.

Naast de gratis rondleidingen op zondag is het mogelijk om voor een eigen gezelschap een rondleiding te boeken op de dag en tijdstip van je voorkeur. De gidsen van het Nederlands Vestingmuseum verzorgen rondleidingen in het Nederlands, Engels, Duits en Frans.

Rondleidingen

Rondleidingen

jun
18
di
Fototentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’
jun 18 @ 09:00 – 17:00

Vêrlander, weeskinderen van de VOC

Tussen 1602 en 1796 was de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) oppermachtig in de lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In twee eeuwen stuurde de VOC bijna 5.000 schepen naar Azië. Van Afrika tot Oost- Azië ontstonden overal Nederlandse forten en factorijen en de VOC ging de geschiedenis in als de eerste multinational ter wereld. Minder bekend is dat soldaten en zeelieden van de VOC in den verre ook kinderen kregen met inheemse vrouwen. Als de vaders weer het ruime sop kozen, lieten ze hun kinderen verweesd achter. Deze nazaten van de VOC zijn trots op hun gemengde identiteit, maar worden hierdoor  in eigen land gediscrimineerd en gezien als allochtonen.

Aan deze vergeten weeskinderen van de VOC werd een bijzonder project gewijd. Geert Snoeijer (fotograaf) ging samen met Nonja Peters (antropologe), Bart de Graaf (historicus) en Aone van Engelenhoven (taalwetenschapper) naar Afrika, Indonesië en West-Australië. Zij onderzochten wat er na vier eeuwen nog over is van de contacten tussen de VOC en de inheemse bevolking.  Wat is de invloed van het gedeeld Nederlands DNA op het leven van de nazaten van de VOC? In samenwerking met het Westfries Museum in Hoorn werd de indrukwekkende tentoonstelling ‘Vêrlander’ gemaakt, die in 2017 gelijktijdig te zien was op vier continenten.  Van 25 mei tot 29 september 2019 is ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ te zien in Het Nederlands Vestingmuseum.

Vêrlander: die ‘ware mensen’

Vêrlander is Afrikaans voor ‘mensen uit een ver land’. Volgens Barend Vilander, een bejaarde man uit Rietfontein en één van de geportretteerden in de tentoonstelling, is vêrlander ook de oorsprong van zijn familienaam. Het accent van de tentoonstelling ligt op 30 portretten van fotograaf Geert Snoeijer, die de ‘ware mensen’ – zoals bruine Afrikanen tussen blank en zwart in ook wel genoemd worden – in beeld brengt. Deze ‘ware mensen’ zijn nakomelingen van VOC’ers en noemen zichzelf vol trots ‘Basters’ (Bastaards) of ‘Donkere Hollanders’.

Mestiezen van Kisar

Om aanvallen vanuit het Portugees Oost-Timor af te slaan werden in 1665 VOC-militairen gelegerd op het eiland Kisar (Indonesië). Militairen die in de loop van de 18e eeuw dienden op de forten Vollenhoven en Delftshaven, verwekten kinderen bij Kisarese vrouwen. Hun nakomelingen worden ‘de Mestiezen van Kisar’ genoemd. De term ‘mesties’ geldt in het algemeen als denigrerend. De families op Kisar, die achternamen hebben als Joostensz. Wouthuysen,Coenradi of  Belder,  dragen de naam Mesties echter met trots.

Aboriginals met VOC-DNA

Dat het VOC-schip ‘de Eendracht’ onder bevel van Dirk Hartog in 1616 landde op de westkust van Australië was eigenlijk per ongeluk.  Als eerste Europeanen zetten zij voet op dit continent door een gewijzigde vaarinstructie: na het ronden van Kaap de Goede Hoop moesten de schippers duizend mijl oostwaarts koersen om daarna noordwaarts af te draaien naar de specerijeilanden. Door te ver door te varen naar het oosten en de sterke stroming, belandden Dirk Hartog en zijn bemanning in Australië.  Zij waren niet de enigen die deze fout maakten; in twee eeuwen tijd liepen meerdere VOC-schepen op de klippen, waarbij naar schatting 200 drenkelingen de kust bereikten.

Verschillende van deze zeelieden verwekten kinderen bij Aboriginalvrouwen. Vanaf 1890 werden halfbloed Aboriginalkinderen, met blond haar, blauwe ogen of andere Europese kenmerken, weggehaald bij hun ouders en ondergebracht in tehuizen en bij blanke pleegouders. Zo vervreemdden deze kinderen van hun voorouderlijke cultuur.

Onderzoekers hebben een erfelijke aandoening gevonden die een verband legt tussen de VOC-bemanningen en deze halfbloed Aboriginals: het Ellis van Creveld-syndroom. Een van de verschijnselen van dit syndroom is een vinger of teen te veel. Dit komt vaak voor bij de Mennonietengemeenschappen, waaruit de VOC hun bemanningen rekruteerden. De halfbloed Aboriginals worden door autochtone Aboriginals niet voor vol aangezien.

De tentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ bevat naast 30 portretfoto’s, ook audio- en videofragmenten met verhalen en interviews met de geportretteerden.

jun
19
wo
Fototentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’
jun 19 @ 09:00 – 17:00

Vêrlander, weeskinderen van de VOC

Tussen 1602 en 1796 was de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) oppermachtig in de lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In twee eeuwen stuurde de VOC bijna 5.000 schepen naar Azië. Van Afrika tot Oost- Azië ontstonden overal Nederlandse forten en factorijen en de VOC ging de geschiedenis in als de eerste multinational ter wereld. Minder bekend is dat soldaten en zeelieden van de VOC in den verre ook kinderen kregen met inheemse vrouwen. Als de vaders weer het ruime sop kozen, lieten ze hun kinderen verweesd achter. Deze nazaten van de VOC zijn trots op hun gemengde identiteit, maar worden hierdoor  in eigen land gediscrimineerd en gezien als allochtonen.

Aan deze vergeten weeskinderen van de VOC werd een bijzonder project gewijd. Geert Snoeijer (fotograaf) ging samen met Nonja Peters (antropologe), Bart de Graaf (historicus) en Aone van Engelenhoven (taalwetenschapper) naar Afrika, Indonesië en West-Australië. Zij onderzochten wat er na vier eeuwen nog over is van de contacten tussen de VOC en de inheemse bevolking.  Wat is de invloed van het gedeeld Nederlands DNA op het leven van de nazaten van de VOC? In samenwerking met het Westfries Museum in Hoorn werd de indrukwekkende tentoonstelling ‘Vêrlander’ gemaakt, die in 2017 gelijktijdig te zien was op vier continenten.  Van 25 mei tot 29 september 2019 is ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ te zien in Het Nederlands Vestingmuseum.

Vêrlander: die ‘ware mensen’

Vêrlander is Afrikaans voor ‘mensen uit een ver land’. Volgens Barend Vilander, een bejaarde man uit Rietfontein en één van de geportretteerden in de tentoonstelling, is vêrlander ook de oorsprong van zijn familienaam. Het accent van de tentoonstelling ligt op 30 portretten van fotograaf Geert Snoeijer, die de ‘ware mensen’ – zoals bruine Afrikanen tussen blank en zwart in ook wel genoemd worden – in beeld brengt. Deze ‘ware mensen’ zijn nakomelingen van VOC’ers en noemen zichzelf vol trots ‘Basters’ (Bastaards) of ‘Donkere Hollanders’.

Mestiezen van Kisar

Om aanvallen vanuit het Portugees Oost-Timor af te slaan werden in 1665 VOC-militairen gelegerd op het eiland Kisar (Indonesië). Militairen die in de loop van de 18e eeuw dienden op de forten Vollenhoven en Delftshaven, verwekten kinderen bij Kisarese vrouwen. Hun nakomelingen worden ‘de Mestiezen van Kisar’ genoemd. De term ‘mesties’ geldt in het algemeen als denigrerend. De families op Kisar, die achternamen hebben als Joostensz. Wouthuysen,Coenradi of  Belder,  dragen de naam Mesties echter met trots.

Aboriginals met VOC-DNA

Dat het VOC-schip ‘de Eendracht’ onder bevel van Dirk Hartog in 1616 landde op de westkust van Australië was eigenlijk per ongeluk.  Als eerste Europeanen zetten zij voet op dit continent door een gewijzigde vaarinstructie: na het ronden van Kaap de Goede Hoop moesten de schippers duizend mijl oostwaarts koersen om daarna noordwaarts af te draaien naar de specerijeilanden. Door te ver door te varen naar het oosten en de sterke stroming, belandden Dirk Hartog en zijn bemanning in Australië.  Zij waren niet de enigen die deze fout maakten; in twee eeuwen tijd liepen meerdere VOC-schepen op de klippen, waarbij naar schatting 200 drenkelingen de kust bereikten.

Verschillende van deze zeelieden verwekten kinderen bij Aboriginalvrouwen. Vanaf 1890 werden halfbloed Aboriginalkinderen, met blond haar, blauwe ogen of andere Europese kenmerken, weggehaald bij hun ouders en ondergebracht in tehuizen en bij blanke pleegouders. Zo vervreemdden deze kinderen van hun voorouderlijke cultuur.

Onderzoekers hebben een erfelijke aandoening gevonden die een verband legt tussen de VOC-bemanningen en deze halfbloed Aboriginals: het Ellis van Creveld-syndroom. Een van de verschijnselen van dit syndroom is een vinger of teen te veel. Dit komt vaak voor bij de Mennonietengemeenschappen, waaruit de VOC hun bemanningen rekruteerden. De halfbloed Aboriginals worden door autochtone Aboriginals niet voor vol aangezien.

De tentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ bevat naast 30 portretfoto’s, ook audio- en videofragmenten met verhalen en interviews met de geportretteerden.

jun
20
do
Fototentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’
jun 20 @ 09:00 – 17:00

Vêrlander, weeskinderen van de VOC

Tussen 1602 en 1796 was de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) oppermachtig in de lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In twee eeuwen stuurde de VOC bijna 5.000 schepen naar Azië. Van Afrika tot Oost- Azië ontstonden overal Nederlandse forten en factorijen en de VOC ging de geschiedenis in als de eerste multinational ter wereld. Minder bekend is dat soldaten en zeelieden van de VOC in den verre ook kinderen kregen met inheemse vrouwen. Als de vaders weer het ruime sop kozen, lieten ze hun kinderen verweesd achter. Deze nazaten van de VOC zijn trots op hun gemengde identiteit, maar worden hierdoor  in eigen land gediscrimineerd en gezien als allochtonen.

Aan deze vergeten weeskinderen van de VOC werd een bijzonder project gewijd. Geert Snoeijer (fotograaf) ging samen met Nonja Peters (antropologe), Bart de Graaf (historicus) en Aone van Engelenhoven (taalwetenschapper) naar Afrika, Indonesië en West-Australië. Zij onderzochten wat er na vier eeuwen nog over is van de contacten tussen de VOC en de inheemse bevolking.  Wat is de invloed van het gedeeld Nederlands DNA op het leven van de nazaten van de VOC? In samenwerking met het Westfries Museum in Hoorn werd de indrukwekkende tentoonstelling ‘Vêrlander’ gemaakt, die in 2017 gelijktijdig te zien was op vier continenten.  Van 25 mei tot 29 september 2019 is ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ te zien in Het Nederlands Vestingmuseum.

Vêrlander: die ‘ware mensen’

Vêrlander is Afrikaans voor ‘mensen uit een ver land’. Volgens Barend Vilander, een bejaarde man uit Rietfontein en één van de geportretteerden in de tentoonstelling, is vêrlander ook de oorsprong van zijn familienaam. Het accent van de tentoonstelling ligt op 30 portretten van fotograaf Geert Snoeijer, die de ‘ware mensen’ – zoals bruine Afrikanen tussen blank en zwart in ook wel genoemd worden – in beeld brengt. Deze ‘ware mensen’ zijn nakomelingen van VOC’ers en noemen zichzelf vol trots ‘Basters’ (Bastaards) of ‘Donkere Hollanders’.

Mestiezen van Kisar

Om aanvallen vanuit het Portugees Oost-Timor af te slaan werden in 1665 VOC-militairen gelegerd op het eiland Kisar (Indonesië). Militairen die in de loop van de 18e eeuw dienden op de forten Vollenhoven en Delftshaven, verwekten kinderen bij Kisarese vrouwen. Hun nakomelingen worden ‘de Mestiezen van Kisar’ genoemd. De term ‘mesties’ geldt in het algemeen als denigrerend. De families op Kisar, die achternamen hebben als Joostensz. Wouthuysen,Coenradi of  Belder,  dragen de naam Mesties echter met trots.

Aboriginals met VOC-DNA

Dat het VOC-schip ‘de Eendracht’ onder bevel van Dirk Hartog in 1616 landde op de westkust van Australië was eigenlijk per ongeluk.  Als eerste Europeanen zetten zij voet op dit continent door een gewijzigde vaarinstructie: na het ronden van Kaap de Goede Hoop moesten de schippers duizend mijl oostwaarts koersen om daarna noordwaarts af te draaien naar de specerijeilanden. Door te ver door te varen naar het oosten en de sterke stroming, belandden Dirk Hartog en zijn bemanning in Australië.  Zij waren niet de enigen die deze fout maakten; in twee eeuwen tijd liepen meerdere VOC-schepen op de klippen, waarbij naar schatting 200 drenkelingen de kust bereikten.

Verschillende van deze zeelieden verwekten kinderen bij Aboriginalvrouwen. Vanaf 1890 werden halfbloed Aboriginalkinderen, met blond haar, blauwe ogen of andere Europese kenmerken, weggehaald bij hun ouders en ondergebracht in tehuizen en bij blanke pleegouders. Zo vervreemdden deze kinderen van hun voorouderlijke cultuur.

Onderzoekers hebben een erfelijke aandoening gevonden die een verband legt tussen de VOC-bemanningen en deze halfbloed Aboriginals: het Ellis van Creveld-syndroom. Een van de verschijnselen van dit syndroom is een vinger of teen te veel. Dit komt vaak voor bij de Mennonietengemeenschappen, waaruit de VOC hun bemanningen rekruteerden. De halfbloed Aboriginals worden door autochtone Aboriginals niet voor vol aangezien.

De tentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ bevat naast 30 portretfoto’s, ook audio- en videofragmenten met verhalen en interviews met de geportretteerden.

jun
21
vr
Fototentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’
jun 21 @ 09:00 – 17:00

Vêrlander, weeskinderen van de VOC

Tussen 1602 en 1796 was de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) oppermachtig in de lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In twee eeuwen stuurde de VOC bijna 5.000 schepen naar Azië. Van Afrika tot Oost- Azië ontstonden overal Nederlandse forten en factorijen en de VOC ging de geschiedenis in als de eerste multinational ter wereld. Minder bekend is dat soldaten en zeelieden van de VOC in den verre ook kinderen kregen met inheemse vrouwen. Als de vaders weer het ruime sop kozen, lieten ze hun kinderen verweesd achter. Deze nazaten van de VOC zijn trots op hun gemengde identiteit, maar worden hierdoor  in eigen land gediscrimineerd en gezien als allochtonen.

Aan deze vergeten weeskinderen van de VOC werd een bijzonder project gewijd. Geert Snoeijer (fotograaf) ging samen met Nonja Peters (antropologe), Bart de Graaf (historicus) en Aone van Engelenhoven (taalwetenschapper) naar Afrika, Indonesië en West-Australië. Zij onderzochten wat er na vier eeuwen nog over is van de contacten tussen de VOC en de inheemse bevolking.  Wat is de invloed van het gedeeld Nederlands DNA op het leven van de nazaten van de VOC? In samenwerking met het Westfries Museum in Hoorn werd de indrukwekkende tentoonstelling ‘Vêrlander’ gemaakt, die in 2017 gelijktijdig te zien was op vier continenten.  Van 25 mei tot 29 september 2019 is ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ te zien in Het Nederlands Vestingmuseum.

Vêrlander: die ‘ware mensen’

Vêrlander is Afrikaans voor ‘mensen uit een ver land’. Volgens Barend Vilander, een bejaarde man uit Rietfontein en één van de geportretteerden in de tentoonstelling, is vêrlander ook de oorsprong van zijn familienaam. Het accent van de tentoonstelling ligt op 30 portretten van fotograaf Geert Snoeijer, die de ‘ware mensen’ – zoals bruine Afrikanen tussen blank en zwart in ook wel genoemd worden – in beeld brengt. Deze ‘ware mensen’ zijn nakomelingen van VOC’ers en noemen zichzelf vol trots ‘Basters’ (Bastaards) of ‘Donkere Hollanders’.

Mestiezen van Kisar

Om aanvallen vanuit het Portugees Oost-Timor af te slaan werden in 1665 VOC-militairen gelegerd op het eiland Kisar (Indonesië). Militairen die in de loop van de 18e eeuw dienden op de forten Vollenhoven en Delftshaven, verwekten kinderen bij Kisarese vrouwen. Hun nakomelingen worden ‘de Mestiezen van Kisar’ genoemd. De term ‘mesties’ geldt in het algemeen als denigrerend. De families op Kisar, die achternamen hebben als Joostensz. Wouthuysen,Coenradi of  Belder,  dragen de naam Mesties echter met trots.

Aboriginals met VOC-DNA

Dat het VOC-schip ‘de Eendracht’ onder bevel van Dirk Hartog in 1616 landde op de westkust van Australië was eigenlijk per ongeluk.  Als eerste Europeanen zetten zij voet op dit continent door een gewijzigde vaarinstructie: na het ronden van Kaap de Goede Hoop moesten de schippers duizend mijl oostwaarts koersen om daarna noordwaarts af te draaien naar de specerijeilanden. Door te ver door te varen naar het oosten en de sterke stroming, belandden Dirk Hartog en zijn bemanning in Australië.  Zij waren niet de enigen die deze fout maakten; in twee eeuwen tijd liepen meerdere VOC-schepen op de klippen, waarbij naar schatting 200 drenkelingen de kust bereikten.

Verschillende van deze zeelieden verwekten kinderen bij Aboriginalvrouwen. Vanaf 1890 werden halfbloed Aboriginalkinderen, met blond haar, blauwe ogen of andere Europese kenmerken, weggehaald bij hun ouders en ondergebracht in tehuizen en bij blanke pleegouders. Zo vervreemdden deze kinderen van hun voorouderlijke cultuur.

Onderzoekers hebben een erfelijke aandoening gevonden die een verband legt tussen de VOC-bemanningen en deze halfbloed Aboriginals: het Ellis van Creveld-syndroom. Een van de verschijnselen van dit syndroom is een vinger of teen te veel. Dit komt vaak voor bij de Mennonietengemeenschappen, waaruit de VOC hun bemanningen rekruteerden. De halfbloed Aboriginals worden door autochtone Aboriginals niet voor vol aangezien.

De tentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ bevat naast 30 portretfoto’s, ook audio- en videofragmenten met verhalen en interviews met de geportretteerden.

jun
22
za
Fototentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’
jun 22 @ 09:00 – 17:00

Vêrlander, weeskinderen van de VOC

Tussen 1602 en 1796 was de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) oppermachtig in de lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In twee eeuwen stuurde de VOC bijna 5.000 schepen naar Azië. Van Afrika tot Oost- Azië ontstonden overal Nederlandse forten en factorijen en de VOC ging de geschiedenis in als de eerste multinational ter wereld. Minder bekend is dat soldaten en zeelieden van de VOC in den verre ook kinderen kregen met inheemse vrouwen. Als de vaders weer het ruime sop kozen, lieten ze hun kinderen verweesd achter. Deze nazaten van de VOC zijn trots op hun gemengde identiteit, maar worden hierdoor  in eigen land gediscrimineerd en gezien als allochtonen.

Aan deze vergeten weeskinderen van de VOC werd een bijzonder project gewijd. Geert Snoeijer (fotograaf) ging samen met Nonja Peters (antropologe), Bart de Graaf (historicus) en Aone van Engelenhoven (taalwetenschapper) naar Afrika, Indonesië en West-Australië. Zij onderzochten wat er na vier eeuwen nog over is van de contacten tussen de VOC en de inheemse bevolking.  Wat is de invloed van het gedeeld Nederlands DNA op het leven van de nazaten van de VOC? In samenwerking met het Westfries Museum in Hoorn werd de indrukwekkende tentoonstelling ‘Vêrlander’ gemaakt, die in 2017 gelijktijdig te zien was op vier continenten.  Van 25 mei tot 29 september 2019 is ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ te zien in Het Nederlands Vestingmuseum.

Vêrlander: die ‘ware mensen’

Vêrlander is Afrikaans voor ‘mensen uit een ver land’. Volgens Barend Vilander, een bejaarde man uit Rietfontein en één van de geportretteerden in de tentoonstelling, is vêrlander ook de oorsprong van zijn familienaam. Het accent van de tentoonstelling ligt op 30 portretten van fotograaf Geert Snoeijer, die de ‘ware mensen’ – zoals bruine Afrikanen tussen blank en zwart in ook wel genoemd worden – in beeld brengt. Deze ‘ware mensen’ zijn nakomelingen van VOC’ers en noemen zichzelf vol trots ‘Basters’ (Bastaards) of ‘Donkere Hollanders’.

Mestiezen van Kisar

Om aanvallen vanuit het Portugees Oost-Timor af te slaan werden in 1665 VOC-militairen gelegerd op het eiland Kisar (Indonesië). Militairen die in de loop van de 18e eeuw dienden op de forten Vollenhoven en Delftshaven, verwekten kinderen bij Kisarese vrouwen. Hun nakomelingen worden ‘de Mestiezen van Kisar’ genoemd. De term ‘mesties’ geldt in het algemeen als denigrerend. De families op Kisar, die achternamen hebben als Joostensz. Wouthuysen,Coenradi of  Belder,  dragen de naam Mesties echter met trots.

Aboriginals met VOC-DNA

Dat het VOC-schip ‘de Eendracht’ onder bevel van Dirk Hartog in 1616 landde op de westkust van Australië was eigenlijk per ongeluk.  Als eerste Europeanen zetten zij voet op dit continent door een gewijzigde vaarinstructie: na het ronden van Kaap de Goede Hoop moesten de schippers duizend mijl oostwaarts koersen om daarna noordwaarts af te draaien naar de specerijeilanden. Door te ver door te varen naar het oosten en de sterke stroming, belandden Dirk Hartog en zijn bemanning in Australië.  Zij waren niet de enigen die deze fout maakten; in twee eeuwen tijd liepen meerdere VOC-schepen op de klippen, waarbij naar schatting 200 drenkelingen de kust bereikten.

Verschillende van deze zeelieden verwekten kinderen bij Aboriginalvrouwen. Vanaf 1890 werden halfbloed Aboriginalkinderen, met blond haar, blauwe ogen of andere Europese kenmerken, weggehaald bij hun ouders en ondergebracht in tehuizen en bij blanke pleegouders. Zo vervreemdden deze kinderen van hun voorouderlijke cultuur.

Onderzoekers hebben een erfelijke aandoening gevonden die een verband legt tussen de VOC-bemanningen en deze halfbloed Aboriginals: het Ellis van Creveld-syndroom. Een van de verschijnselen van dit syndroom is een vinger of teen te veel. Dit komt vaak voor bij de Mennonietengemeenschappen, waaruit de VOC hun bemanningen rekruteerden. De halfbloed Aboriginals worden door autochtone Aboriginals niet voor vol aangezien.

De tentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ bevat naast 30 portretfoto’s, ook audio- en videofragmenten met verhalen en interviews met de geportretteerden.

jun
23
zo
Fototentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’
jun 23 @ 09:00 – 17:00

Vêrlander, weeskinderen van de VOC

Tussen 1602 en 1796 was de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) oppermachtig in de lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In twee eeuwen stuurde de VOC bijna 5.000 schepen naar Azië. Van Afrika tot Oost- Azië ontstonden overal Nederlandse forten en factorijen en de VOC ging de geschiedenis in als de eerste multinational ter wereld. Minder bekend is dat soldaten en zeelieden van de VOC in den verre ook kinderen kregen met inheemse vrouwen. Als de vaders weer het ruime sop kozen, lieten ze hun kinderen verweesd achter. Deze nazaten van de VOC zijn trots op hun gemengde identiteit, maar worden hierdoor  in eigen land gediscrimineerd en gezien als allochtonen.

Aan deze vergeten weeskinderen van de VOC werd een bijzonder project gewijd. Geert Snoeijer (fotograaf) ging samen met Nonja Peters (antropologe), Bart de Graaf (historicus) en Aone van Engelenhoven (taalwetenschapper) naar Afrika, Indonesië en West-Australië. Zij onderzochten wat er na vier eeuwen nog over is van de contacten tussen de VOC en de inheemse bevolking.  Wat is de invloed van het gedeeld Nederlands DNA op het leven van de nazaten van de VOC? In samenwerking met het Westfries Museum in Hoorn werd de indrukwekkende tentoonstelling ‘Vêrlander’ gemaakt, die in 2017 gelijktijdig te zien was op vier continenten.  Van 25 mei tot 29 september 2019 is ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ te zien in Het Nederlands Vestingmuseum.

Vêrlander: die ‘ware mensen’

Vêrlander is Afrikaans voor ‘mensen uit een ver land’. Volgens Barend Vilander, een bejaarde man uit Rietfontein en één van de geportretteerden in de tentoonstelling, is vêrlander ook de oorsprong van zijn familienaam. Het accent van de tentoonstelling ligt op 30 portretten van fotograaf Geert Snoeijer, die de ‘ware mensen’ – zoals bruine Afrikanen tussen blank en zwart in ook wel genoemd worden – in beeld brengt. Deze ‘ware mensen’ zijn nakomelingen van VOC’ers en noemen zichzelf vol trots ‘Basters’ (Bastaards) of ‘Donkere Hollanders’.

Mestiezen van Kisar

Om aanvallen vanuit het Portugees Oost-Timor af te slaan werden in 1665 VOC-militairen gelegerd op het eiland Kisar (Indonesië). Militairen die in de loop van de 18e eeuw dienden op de forten Vollenhoven en Delftshaven, verwekten kinderen bij Kisarese vrouwen. Hun nakomelingen worden ‘de Mestiezen van Kisar’ genoemd. De term ‘mesties’ geldt in het algemeen als denigrerend. De families op Kisar, die achternamen hebben als Joostensz. Wouthuysen,Coenradi of  Belder,  dragen de naam Mesties echter met trots.

Aboriginals met VOC-DNA

Dat het VOC-schip ‘de Eendracht’ onder bevel van Dirk Hartog in 1616 landde op de westkust van Australië was eigenlijk per ongeluk.  Als eerste Europeanen zetten zij voet op dit continent door een gewijzigde vaarinstructie: na het ronden van Kaap de Goede Hoop moesten de schippers duizend mijl oostwaarts koersen om daarna noordwaarts af te draaien naar de specerijeilanden. Door te ver door te varen naar het oosten en de sterke stroming, belandden Dirk Hartog en zijn bemanning in Australië.  Zij waren niet de enigen die deze fout maakten; in twee eeuwen tijd liepen meerdere VOC-schepen op de klippen, waarbij naar schatting 200 drenkelingen de kust bereikten.

Verschillende van deze zeelieden verwekten kinderen bij Aboriginalvrouwen. Vanaf 1890 werden halfbloed Aboriginalkinderen, met blond haar, blauwe ogen of andere Europese kenmerken, weggehaald bij hun ouders en ondergebracht in tehuizen en bij blanke pleegouders. Zo vervreemdden deze kinderen van hun voorouderlijke cultuur.

Onderzoekers hebben een erfelijke aandoening gevonden die een verband legt tussen de VOC-bemanningen en deze halfbloed Aboriginals: het Ellis van Creveld-syndroom. Een van de verschijnselen van dit syndroom is een vinger of teen te veel. Dit komt vaak voor bij de Mennonietengemeenschappen, waaruit de VOC hun bemanningen rekruteerden. De halfbloed Aboriginals worden door autochtone Aboriginals niet voor vol aangezien.

De tentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ bevat naast 30 portretfoto’s, ook audio- en videofragmenten met verhalen en interviews met de geportretteerden.

Rondleiding op zondag
jun 23 @ 13:00

Elke zondag organiseert het Nederlands Vestingmuseum om 13:00 uur een gratis rondleiding voor bezoekers (op vertoon van een geldig entreekaartje). Een gids neemt je mee over het bastion en vertelt je over de bijzondere vorm en functies van de vestingwerken. Ook laat de gids een kazemat zien; een gemetselde met aarde bedekte bomvrije ruimte, voorzien van verschillende kanonkelders.

Naast de gratis rondleidingen op zondag is het mogelijk om voor een eigen gezelschap een rondleiding te boeken op de dag en tijdstip van je voorkeur. De gidsen van het Nederlands Vestingmuseum verzorgen rondleidingen in het Nederlands, Engels, Duits en Frans.

Rondleidingen

Rondleidingen

jun
25
di
Fototentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’
jun 25 @ 09:00 – 17:00

Vêrlander, weeskinderen van de VOC

Tussen 1602 en 1796 was de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) oppermachtig in de lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In twee eeuwen stuurde de VOC bijna 5.000 schepen naar Azië. Van Afrika tot Oost- Azië ontstonden overal Nederlandse forten en factorijen en de VOC ging de geschiedenis in als de eerste multinational ter wereld. Minder bekend is dat soldaten en zeelieden van de VOC in den verre ook kinderen kregen met inheemse vrouwen. Als de vaders weer het ruime sop kozen, lieten ze hun kinderen verweesd achter. Deze nazaten van de VOC zijn trots op hun gemengde identiteit, maar worden hierdoor  in eigen land gediscrimineerd en gezien als allochtonen.

Aan deze vergeten weeskinderen van de VOC werd een bijzonder project gewijd. Geert Snoeijer (fotograaf) ging samen met Nonja Peters (antropologe), Bart de Graaf (historicus) en Aone van Engelenhoven (taalwetenschapper) naar Afrika, Indonesië en West-Australië. Zij onderzochten wat er na vier eeuwen nog over is van de contacten tussen de VOC en de inheemse bevolking.  Wat is de invloed van het gedeeld Nederlands DNA op het leven van de nazaten van de VOC? In samenwerking met het Westfries Museum in Hoorn werd de indrukwekkende tentoonstelling ‘Vêrlander’ gemaakt, die in 2017 gelijktijdig te zien was op vier continenten.  Van 25 mei tot 29 september 2019 is ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ te zien in Het Nederlands Vestingmuseum.

Vêrlander: die ‘ware mensen’

Vêrlander is Afrikaans voor ‘mensen uit een ver land’. Volgens Barend Vilander, een bejaarde man uit Rietfontein en één van de geportretteerden in de tentoonstelling, is vêrlander ook de oorsprong van zijn familienaam. Het accent van de tentoonstelling ligt op 30 portretten van fotograaf Geert Snoeijer, die de ‘ware mensen’ – zoals bruine Afrikanen tussen blank en zwart in ook wel genoemd worden – in beeld brengt. Deze ‘ware mensen’ zijn nakomelingen van VOC’ers en noemen zichzelf vol trots ‘Basters’ (Bastaards) of ‘Donkere Hollanders’.

Mestiezen van Kisar

Om aanvallen vanuit het Portugees Oost-Timor af te slaan werden in 1665 VOC-militairen gelegerd op het eiland Kisar (Indonesië). Militairen die in de loop van de 18e eeuw dienden op de forten Vollenhoven en Delftshaven, verwekten kinderen bij Kisarese vrouwen. Hun nakomelingen worden ‘de Mestiezen van Kisar’ genoemd. De term ‘mesties’ geldt in het algemeen als denigrerend. De families op Kisar, die achternamen hebben als Joostensz. Wouthuysen,Coenradi of  Belder,  dragen de naam Mesties echter met trots.

Aboriginals met VOC-DNA

Dat het VOC-schip ‘de Eendracht’ onder bevel van Dirk Hartog in 1616 landde op de westkust van Australië was eigenlijk per ongeluk.  Als eerste Europeanen zetten zij voet op dit continent door een gewijzigde vaarinstructie: na het ronden van Kaap de Goede Hoop moesten de schippers duizend mijl oostwaarts koersen om daarna noordwaarts af te draaien naar de specerijeilanden. Door te ver door te varen naar het oosten en de sterke stroming, belandden Dirk Hartog en zijn bemanning in Australië.  Zij waren niet de enigen die deze fout maakten; in twee eeuwen tijd liepen meerdere VOC-schepen op de klippen, waarbij naar schatting 200 drenkelingen de kust bereikten.

Verschillende van deze zeelieden verwekten kinderen bij Aboriginalvrouwen. Vanaf 1890 werden halfbloed Aboriginalkinderen, met blond haar, blauwe ogen of andere Europese kenmerken, weggehaald bij hun ouders en ondergebracht in tehuizen en bij blanke pleegouders. Zo vervreemdden deze kinderen van hun voorouderlijke cultuur.

Onderzoekers hebben een erfelijke aandoening gevonden die een verband legt tussen de VOC-bemanningen en deze halfbloed Aboriginals: het Ellis van Creveld-syndroom. Een van de verschijnselen van dit syndroom is een vinger of teen te veel. Dit komt vaak voor bij de Mennonietengemeenschappen, waaruit de VOC hun bemanningen rekruteerden. De halfbloed Aboriginals worden door autochtone Aboriginals niet voor vol aangezien.

De tentoonstelling ‘Vêrlander, weeskinderen van de VOC’ bevat naast 30 portretfoto’s, ook audio- en videofragmenten met verhalen en interviews met de geportretteerden.